Inhoudsopgave
Veelgestelde vragen over AML
Hieronder vind je enkele vragen over AML.
Heb je een persoonlijke vraag waar Hematon je bij kan helpen, richt je dan tot het Hematon Vragenteam.
Je kunt ons bellen of je vraag stellen via de website.
AML kan op alle leeftijden voorkomen, maar meestal bij volwassenen. De ziekte komt iets vaker voor bij mannen dan bij vrouwen. De gemiddelde leeftijd van de patiënten bij diagnose is ruim boven de zestig jaar; een derde is ouder dan 75 jaar.
Bij mensen die een complete remissie bereiken, kan de ziekte toch terugkomen. Bij de helft van de mensen met AML gebeurt dit na een tot vier jaar. Die kans wordt kleiner na twee jaar follow-up. Komt de ziekte terug, dan wordt gekeken of er opnieuw behandeld kan worden, afhankelijk van de duur van de complete remissie, fitheid, leeftijd en eventuele lopende studies.
De diagnose AML wordt elk jaar in Nederland ruim achthonderd keer gesteld bij nieuwe patiënten. Het is daarom een van de zeldzame soorten van kanker.
De vooruitzichten die je hebt na de diagnose AML zijn afhankelijk van de soort AML, hoe oud je bent bij het ontstaan van de ziekte, je conditie en andere ziekten die je hebt. Gemiddeld zijn vijf jaar na de diagnose ongeveer 40-50 procent van de mensen met AML onder de zestig jaar nog in leven. Ben je boven de zestig jaar als de diagnose wordt gesteld, daalt dat percentage tot 20 procent.
Acute myeloïde leukemie is niet besmettelijk.
De laatste jaren wordt duidelijk dat een deel van de patiënten met AML (5-10%) een erfelijke aanleg heeft voor AML. Het merendeel daarvan betreft een mutatie in DDX41. Van de mensen met een DDX41 ontwikkelt ongeveer de helft een MDS of AML, meestal tussen de 60-70 jaar.
Waardoor ALL wordt veroorzaakt, is onbekend. Er zijn wel bepaalde groepen mensen bij wie AML vaker voorkomt. Zoals mensen die in hun beroep werken met bepaalde chemische stoffen. Een klein deel van de patiënten die voor een andere vorm van kanker bestraling of chemotherapie heeft gehad, kan na jaren leukemie ontwikkelen.
De overlevingscijfers zijn gemiddelden en zeggen niet zoveel over jou als individuele patiënt. Jouw vooruitzichten kunnen beter zijn dan dit gemiddelde, maar helaas ook slechter. Bedenk ook dat overlevingscijfers per definitie altijd cijfers zijn uit het verleden. Verbeteringen die vandaag worden ingevoerd leiden pas over jaren tot andere overlevingscijfers.