De ziekte ALL

In het beenmerg worden bloedcellen aangemaakt. Beenmerg zit in het binnenste deel van de botten. Normaal zit er een natuurlijke rem op de productie van bloedcellen. Bij ALL blijven de witte bloedcellen zich ongeremd delen. Dit leidt tot een grote hoeveelheid abnormale witte bloedcellen die de normale bloedaanmaak in het gedrang brengen.
Hierdoor kan het beenmerg niet meer normaal functioneren. Daardoor heeft iemand met deze vorm van leukemie te weinig rode bloedcellen (bloedarmoede) of te weinig normale witte bloedcellen en/of bloedplaatjes. Ook kunnen de abnormale cellen het beenmerg verlaten en zich stapelen in organen, zoals lymfeklieren, milt of lever. Deze veranderingen in het lichaam veroorzaken allerlei klachten, zoals moeheid, bloedingen, botpijn en infecties.

De ongeremde deling van bloedcellen ontstaat in een korte tijd, soms is het een kwestie van enkele dagen tot weken. Vandaar dat deze vorm van leukemie een acute ziekte is.

ALL is zeldzaam

ALL is een zeldzame aandoening. Per jaar krijgen in Nederland ongeveer 200 tot 250 mensen de diagnose ALL. Het komt even vaak voor bij mannen als bij vrouwen. 
De ziekte komt vooral bij kinderen en jongeren voor. Bijna zes op de tien mensen (58 procent) met ALL is jonger dan vijftien jaar en 14 procent is jongvolwassen (tussen de 15 en 29 jaar).
Er is een duidelijk verschil tussen het beloop van ALL op kinderleeftijd en dat bij volwassenen. Ook de behandeling en de genezingskansen zijn anders. Kinderen met ALL krijgen meestal intensievere chemotherapie en hebben een hogere genezingskans dan volwassenen.
Informatie over leukemie bij kinderen kun je vinden bij de Vereniging Kinderkanker Nederland.

Oorzaak ALL

ALL wordt veroorzaakt door schade aan je DNA in de voorlopercellen van onrijpe bloedcellen. Door veranderingen of mutaties in de genetische code gaan de voorlopercellen zich ongecontroleerd delen en zullen ze niet meer uitrijpen.
In de meeste gevallen ontstaat die DNA-schade spontaan en zonder aanwijsbare oorzaak. Toch hebben sommige groepen mensen een grotere kans op het ontstaan van ALL:

  • Mensen met het syndroom van Down
  • Mensen die chemotherapie of bestraling hebben gehad bij een eerdere behandeling van kanker zijn gevoeliger voor andere vormen van kanker
  • Mensen die met specifieke chemische stoffen werken zoals benzeen lijken een groter risico te hebben om kanker te krijgen

ALL en erfelijkheid

Acute lymfatische leukemie is in principe niet erfelijk. Daardoor kun je de ziekte niet doorgeven aan je kinderen. In zeldzame gevallen zijn er erfelijke aanlegfactoren die het risico op leukemie verhogen.

Korte video ALL

Hieronder een korte video met Janneke Hop, doe ALL had en Anita Rijneveld, internist-hematoloog ErasmusMC