
Voorbereiding op een autologe stamceltransplantatie
Voordat een autologe stamceltransplantatie kan plaatsvinden, zijn er voorbereidende onderzoeken en behandelingen nodig. Ook moeten de stamcellen verzameld worden. De voorbereiding neemt meestal vier tot zes weken in beslag. Dit is afhankelijk van je ziekte.
Bekijk video: Wat is een autologe stamceltransplantatie?
Medische onderzoeken
Een autologe stamceltransplantatie is een zware behandeling. Voordat je deze behandeling kan ondergaan, moeten je behandelaars goed op de hoogte zijn van je conditie. Ook je eventuele lichamelijke beperkingen moeten bekend zijn. Daarom heb je eerst een gesprek met een van je behandelaars, gevolgd door uitgebreid lichamelijk onderzoek. Het kan gaan om bloedonderzoek, een hartfilmpje of, indien nodig, een tandheelkundig onderzoek. Soms is er ook nog een beenmergonderzoek, een longfunctieonderzoek of een hartfunctieonderzoek nodig. Lees hier meer over onderzoeken.
Groeifactoren
Om je eigen stamcellen terug te ontvangen moeten ze eerst uit je lichaam gehaald en tijdelijk opgeslagen worden. Om er zoveel mogelijk te kunnen verzamelen (‘oogsten’) krijg je een aantal dagen de groeifactor G-CSF (Granulocyte-Colony-Stimulating Factor) toegediend via onderhuidse injecties. Je lichaam maakt deze stof ook zelf, maar de extra toediening stimuleert de aanmaak en de rijping van stamcellen en de verplaatsing van de stamcellen naar het bloed. Deze behandeling wordt vaak gecombineerd met chemotherapie.
Het gebruik van groeifactoren kan bijwerkingen geven. Veelvoorkomende bijwerkingen zijn bot- en spierpijn, griepachtige verschijnselen, hoofdpijn en vermoeidheid. Als je veel last hebt van bijwerkingen, kun je in overleg met je behandelteam paracetamol nemen. Na het stoppen met de groeifactoren verdwijnen de klachten meestal snel.
Aan het einde van de periode waarin je de groeifactoren krijgt, wordt bloed afgenomen om de hoeveelheid stamcellen te meten. Als er genoeg stamcellen in het bloed zitten, kunnen ze geoogst worden.
Afnemen van de stamcellen
Het afnemen van stamcellen heet aferese. De aferese vindt plaats op de afereseafdeling van het ziekenhuis. Er wordt een infuus geplaatst in een ader in de elleboogplooi van allebei je armen, links en rechts dus. Als je in je arm niet goed te prikken bent, krijg je een speciaal infuus in de lies. Via het ene infuus wordt bloed vanuit je lichaam naar een aferesemachine gepompt. Deze machine haalt de stamcellen uit het bloed. De rest van het bloed, zonder stamcellen, gaat vanuit de machine via het infuus in de andere arm terug het lichaam in. De aferese duurt gemiddeld zes uur. Hoe lang het precies duurt hangt af van de hoeveelheid stamcellen in het bloed en hoeveel stamcellen nodig zijn. Soms is een tweede dag aferese nodig om voldoende stamcellen te verzamelen. De stamcellen worden bewerkt en ingevroren totdat je ze terugkrijgt.
Een andere mogelijkheid is, dat de stamcellen niet uit het bloed, maar uit het beenmerg worden gehaald. Dat gebeurt onder narcose.
Nazorg autologe stamceltransplantatie
Een stamceltransplantatie is een behandeling met een lang natraject. Je komt, zeker in het begin, regelmatig op de polikliniek voor controle. Bij het ontslag krijg je leefregels mee voor onder andere eten, hygiëne en contact met anderen. Kort na ontslag ben je nog niet de oude, het herstel gaat misschien langzamer dan je verwacht. Dat is niet ongewoon. Veel gehoorde klachten in de eerste maanden zijn vermoeidheid, verminderde concentratie en verkoudheden.
Controles op de polikliniek
In de eerste maanden na de transplantatie is de aandacht vooral gericht op het herstel van het afweersysteem. Zolang het afweersysteem niet optimaal werkt, ben je kwetsbaar: je bent nog niet voldoende beschermd tegen met name virusinfecties. Die kunnen zich uiten als verkoudheid, maar bijvoorbeeld ook als gordelroos. Daarom blijf je in de eerste periode na de stamceltransplantatie beschermende medicatie slikken. Bij elke controle zal de arts kijken naar complicaties.
Er wordt bloedonderzoek gedaan om te controleren of de stamcellen voldoende rode en witte bloedcellen en bloedplaatjes aanmaken. Soms is transfusie met rode bloedcellen of bloedplaatjes noodzakelijk.
Vermoeidheid
De meeste mensen voelen zich na een half jaar tot een jaar redelijk hersteld. De aanvankelijke vermoeidheid neemt af. Vermoeidheid kan echter ook langer aanhouden en zo een beperking vormen voor je dagelijks functioneren of het oppakken van werk. Praat erover met lotgenoten bij Hematon of iemand uit je behandelteam.
Psychische gevolgen
Een stamceltransplantatie is een zware behandeling, die ook psychisch veel vraagt. Niet alleen van jou, maar ook van je naasten. Je kunt sneller emotioneel zijn. Sommige mensen ervaren dat als stress, somberheid of angst.
Stress, angst en vermoeidheid kunnen leiden tot problemen met het geheugen en concentratie. Meestal zijn deze klachten tijdelijk. Het is goed om je klachten te bespreken met iemand uit je behandelteam en te overleggen of tijdelijke psychosociale hulp een optie is.
Oncologische revalidatie
Sommige ziekenhuizen hebben een speciaal team voor oncologische revalidatie, vaak onder leiding van een revalidatiearts. Daar kan men een revalidatieprogramma voor je opstellen, gericht op de behandeling van jouw klachten. Vraag er zo nodig naar bij je behandelteam.
Credits

De teksten over stamceltransplantatie zijn samengesteld door Hematon met medewerking van hematologen namens de NVvH.
De informatie is voor het laatst aangepast in 2022.