
Kanker raakt nooit jou alleen. Het raakt ook je partner, familie, vrienden en collega’s. En het verbindt mensen. Wat roept het nieuwe, symbool, een hart en een druppel, bij jou op? Dit is het verhaal van André.
‘Ga toch eens naar de dokter’, zei Agnes. ‘Je broeken vallen bijna van je kont af.’ Kun je nagaan waar vrouwen naar kijken. Het is nooit leuk om te moeten toegeven dat een ander gelijk heeft, en hier vormde dat geen uitzondering.
Wat zij aan de buitenkant waarnam en wat mijn lijf mij vertelde, was niet met elkaar in overeenstemming. Er kon in mijn ogen niets ernstigs aan de hand zijn. Ik voelde me kiplekker en fit. Mijn hele leven kon ik blind op mijn lijf vertrouwen. Eén keer bij een kaakchirurg geweest en één keer een nagelbed van mijn linker teen laten verwijderen, maar dat was het wel zo’n beetje.
Ik had een prima conditie, zeker voor een 69-jarige. Elke dag wandelen, goed voor zeker veertig kilometer per week.
Tot het moment dat ik een ‘ei’ op mijn sleutelbeen voelde. Ook de rechterhelft van mijn buik voelde keihard aan. Maar niet dat ik ergens bang voor was, ik was die enorme geluksvogel met een sterk en gezond lijf.
Het bezoek aan de huisarts boezemde me dus geen angst in. Maar de dokter kon dat ei en die harde halve buik niet verklaren en stelde een bloedonderzoek voor.
Toen kwam alles in een stroomversnelling. ’s Maandags naar mijn huisarts. Dinsdags bloedprikken. Donderdag gedonder in de glazen. Iets na half tien ging de telefoon. Ik hoorde van alles waar ik weinig van begreep, maar één ding was heel duidelijk: het was mis. Nog nooit had ik van lymfocyten gehoord. Het gehalte daarvan was erg hoog. De onrust begon te kriebelen en dat werd later in het gesprek met de oncoloog niet beter.
Een zeldzame diagnose
De arts wond er geen doekjes om. Ik had een zeer zeldzame vorm van lymfklierkanker: mantelcellymfoom. Toen ik mijn tranen onder controle had, kwam er ook positief nieuws: het was te behandelen. Het was niet gezegd dat ik kon genezen, want de ziekte was zeldzaam én agressief. De behandeling moest zo snel mogelijk beginnen.
Vol goede moed ging ik het chemotherapie- traject in. Wat wás het verplegend personeel in het ziekenhuis vriendelijk, niets dan lof. Afwisselend zouden het een dagbehandeling en een meerdaagse behandeling worden. De eerste van de zes viel heel erg mee. Mijn lijf was sterk en ik had totaal geen last.
Twee weken later was het andere koek. De zo glorieus doorstane start veranderde in een flinke aanslag: ik reageerde allergisch op een van de stoffen in de cocktail. Ik dacht dat mijn hoofd op exploderen stond en dacht: dít is het einde van mijn bestaan.
Net op dat moment sloeg de pomp af. Ik ben ervan overtuigd dat dit moment heeft bijgedragen aan het ontstaan van de TIA die ik later kreeg. Gelukkig werd de cocktail aangepast en had ik tijdens de overige vier chemotherapieën nergens meer last van.
Na de chemo’s volgde de stamceltransplantatie. Mijn oncoloog schatte mij, ondanks de ‘hobbel’ tijdens sessie twee, sterk genoeg om de zware behandeling te ondergaan. Opnieuw maakte ik kennis met uiterst vriendelijk en zorgzaam personeel. Het was bijna een feest om daar te mogen zijn, niet overdreven.
Rem
Op de dag voor de stamceltransplantatie belde de arts en trapte op de rem. De stamceltransplantatie werd afgeblazen. Mijn leeftijd was op het randje, ik had allergisch gereageerd tijdens de chemo en ik had een TIA gehad. Een transplantatie zou zeer riskant zijn en ik zou eraan kunnen overlijden. Dat werd mij kraakhelder en onomwonden verteld.
Het was een Netflix-moment: je bent er geestelijk en lichamelijk helemaal klaar voor en dan… nee. Het gaat tóch niet door. Een vreselijke linkse directe. Voor ons allebei.
Een geslaagde behandeling zou mijn levensverwachting met tien jaar kunnen verlengen. De teleurstelling was groot. Bij ons, maar ook bij familie, vrienden en kennissen.
De spannende film gaat verder: in de hightechwereld van de gezondheidszorg en wetenschap was er meer mogelijk, namelijk immuuntherapie. Die pil slik ik dagelijks. Het heeft even geduurd voordat ik geen bijwerkingen meer had, zoals diarree, ontstoken mondslijmvlies en huiduitslag. Nu heb ik geen centje pijn en een geweldige kwaliteit van leven.
Bijna schreeuw ik het van de daken: voorlopig kan ik weer dóór met mijn leven, samen met Agnes. Volgende week gaan we drie heerlijke weken naar Griekenland. Lang leve de lol. Als ik dan bedenk dat mijn prognose één tot anderhalf jaar was, en ik inmiddels al drieënhalf jaar verder ben!
Wat als het niet meer werkt?
‘Ja maar …’ hoor ik mensen denken. ‘Als die pil ineens niet meer werkt? Wat dan?’ Een terechte vraag, maar de film gaat nog door: als de pil niet meer doet wat hij moet doen heb ik gelukkig nóg een kaart achter de hand. Of beter gezegd: de geneeskunde heeft nog wat achter de hand in de vorm van CAR-T-celtherapie. Sterker nog: onze dokter heeft mijn dossier al in Amsterdam gedeponeerd. Mócht het nodig zijn.
Wat leven we toch in een fantastische tijd! We vieren letterlijk élke dag alsof… vult u maar in. Carpe diem!
André







